IDFA ISRAËLREIN
Israel komt als productieland niet meer voor in het IDFA-aanbod. Wel Palestina en dat maar liefst 8 keer. Waaronder de evergreen die de afgelopen jaren steevast op het programma stond ‘R21, aka restoring solidarity’, beter bekend onder haar originele naam ‘Tokyo reels’. In 2022 was het de hit op Dokumenta Kassel, de vijfjaarlijkse Kunstmanifestatie in Duitsland, die dat jaar werd ontsierd door antisemitische incidenten in naam van het ‘Globale Zuiden’. ‘Tokyo Reels’ is een verheerlijking van Palestijnse terreurpropaganda uit de jaren 70, waaronder de aanslag op Ben Gurion in 1972 door leden van de Japanse Rode Brigade. Een commissie die destijds de incidenten op Dokumenta onderzocht, oordeelde dat de film terreurgeweld verheerlijkte en nog een groter gevaar vormde dan het meters hoge doek vol antisemitische stereotypen van het Indonesische collectief Taring Padi, waardoor de hele affaire rondom die Dokumenta aan het rollen werd gebracht. Sindsdien duikt de film van Mohanad Yaqubi telkens weer op in de top 10 van de speciale gasten op het IDFA. Dit jaar is dat de Portugese cineaste Susana De Sousa Dias.
Onveilig
Israëlische producers filmmakers en festivaldirecteuren daarentegen die overheidssteun zouden genieten van een mensenrechten schendend regime, zijn niet langer welkom op het festival. Volgens de gehanteerde logica zou IDFA eigenlijk zichzelf moeten boycotten omdat zij immers ook overheidssteun ontvangt van een overheid (inmiddels demissionair) die volgens veel activisten onder leiding staat van de meest extreemrechtse regering sinds de Tweede Wereldoorlog en ook nog eens medeplichtig is aan genocide. In NRC zegt de kersverse directrice van IDFA, Isabel Arrate Fernandez: “we kunnen niet enerzijds filmmakers uitnodigen die anoniem moeten blijven omdat ze anders vervolgd worden, en anderzijds overheidsdelegaties van de landen die het onveilig maken”. Doet IDFA volgens Arrate Fernandez ook niet met China, Rusland en Iran. Alle drie landen komen overigens wel in het aanbod van productielanden voor. Daarnaast heeft de autoritaire overheid van die landen een totaal andere verhouding met haar kunstenaars die in niets te vergelijken valt met Israël. Hoe anti-oorlog en regeringkritisch de Israëlische filmprofessionals ook moge zijn, volgens IDFA zijn ze blijkbaar een bedreiging voor andere filmprofessionals.
In het NIW heb ik vorige maand beschreven hoe Michal Weits, documentaire regisseur en sinds een aantal jaar directrice van het Israëlische documentaire filmfestival Docaviv, door IDFA een accreditatie is geweigerd en hoe IDFA dat op haar beurt in eerste instantie lafhartig ontkende. Ik zal dat artikel ook plaatsen. Uiteindelijk heeft IDFA haar aangeboden om op eigen titel te komen. Daar heeft Weits vriendelijk voor bedankt.
NDR en ARTE
Niet iedereen in de internationale filmwereld is blij met deze opstelling van IDFA. De Oekraïense regisseur Alexander Rodnyansky heeft zijn film teruggetrokken vanwege de boycot van Israëlische filmmakers. Zijn ‘Notes of a true criminal’ was onderdeel van ‘Best of Fests’ dat zijn de hoogtepunten van internationale filmfestivals van het afgelopen jaar. Ook Duitse producers van NDR en ARTE hebben hun projecten van de industry market teruggetrokken, het paradepaardje van IDFA. Jan Tenhaven een gerenomeerde Duitse filmmaker liet op social media weten dat hij zijn lievelingsfestival IDFA waar zijn films regelmatig vertoond werden, dit jaar aan zich voorbij laat gaan. “Vorige jaar was ik al teleurgesteld. De selectie was nogal eenzijdig. Niet een film die het Israëlische perspectief toonde”. Tenhaven noemt de antisemitische festivalposter van vorige jaar met slangetje op een keffiya-achtig picknickkleedje. Dit jaar gaat het festival volgens hem nog een stap verder door alle door de overheid gesteunde Israëlische film te boycotten.
Psychotisch
Toch was een Israelvrij festival voor de Palestina-activisten nog lang niet goed genoeg. In Carré tijdens de opening beklommen de filmmakers voor Palestina het podium en bedankte het festival dat het eindelijk overstag is gegaan. Maar zij eisten wel herstelbetalingen en genoegdoening voor het feit dat zij twee jaar lang laster en beschimping kregen te verduren voordat zij pas de erkenning kregen die zij verdienden. Luid applaus van de aanwezigen die vervolgens in de majestueuze zaal van Carré het psychotische gefröbel van de Turks Nederlandse filmmaker Firat Yücel moesten ondergaan. Zijn film Happiness is niet meer dan een rusteloze aaneenrijging van instagramimpressies; slapeloze nachten vanwege Gaza en dat gecombineerd met de tot mislukken gedoemde speurtocht naar het perfecte slaapmiddel. In een scene marcheren de demonstranten langs zijn raam op de Rozengracht en scanderen: “Anne Frank would have cried when she saw this genocide”. Een ‘desktopdocumentaire’ concludeerde Trouw opgetogen. Maar het kon de armoede en verschraling van het aanbod op de openingsavond niet verhullen. Arrate Fernandez had nog mooie woorden over hoe de woelige wereld ook voelbaar is op het festival wat volgens haar het belang onderstreepte. ‘Wij sluiten geen onafhankelijke filmmakers uit”, zei zij vroom. Maar wie van de filmmakers op het IDFA is onafhankelijk? De Aljazeera producties die dit jaar vertoond worden?
“Het lijkt de vloek van engagement”, schrijft NRC in een artikel waarom er altijd gedoe over Israel is op het IDFA: “IDFA is een betrokken instelling, en is dus gevoelig voor activisme. Andere geëngageerde culturele instellingen – zoals filmfestival de Berlinale, het politieke broertje van de filmfestivals van Venetië en Cannes – treft hetzelfde lot.” Alleen liet Sonja Henika, woordvoerder van de Berlinale het NIW weten dat wij er zeker van kunnen zijn dat zij “Israelische filmprofessionals blijven verwelkomen en hun producties met dezelfde open blik zullen beoordelen als alle andere producties die worden ingediend”.

